mei 302013
 
Utricularia vulgaris

Een plantenportret van Groot blaasjeskruid door Harry van Bruggen

Groot blaasjeskruid is een prachtige groene, drijvende plant, die op een zonnige standplaats ook bruinrood kan kleuren. De bladeren zijn in twee rijen gerangschikt, 2-8 cm lang, in omtrek 2-3 (-4) lobbig, elke lob is op zijn beurt 1 tot 2 maal geveerd en in vele draadvormige eindtoppen verdeeld, die aan de rand zacht gestekeld zijn.

Nederlandse naam Groot blaasjeskruid
Wetenschappelijke naam Utricularia vulgaris L.
Familie Lentibulariaceae – Blaasjeskruidfamilie
Synoniemen Utricularia major Cariot & St.-Lég
Verspreiding Verspreid over het grootste deel van gematigd Europa en Azië, westwaarts tot Ierland, noordwaarts tot de Faröereilanden, Scandinavië ( tot ca. 70 °N.B.), oostwaarts tot Kamtschatka, zuidwaarts tot het Middellandse-Zeegebied. Verder in Noord-Amerika (een andere ondersoort).
In Nederland is de soort plaatselijk vrij algemeen in het laagveengebied op de grens van Noord- en Zuid-Holland met Utrecht, in Groningen, Friesland en N.W.-Overijssel, het gebied van de grote rivieren, de Veluwe en in Noord-Brabant, elders zeer zeldzaam tot ontbrekend. Sinds enkele decennia ook bekend uit de streek tussen Enkhuizen en Medemblik.
Habitat Stilstaande of langzaam stromende wateren van meren, plassen, sloten en kanalen, vooral op windstille plaatsen en op zonnige tot beschaduwde plekken. De planten groeien in dieper water meestal bij de oevers of tussen het riet. Het water is gewoonlijk neutraal tot zwak basisch, zoet tot (zelden) zwak brak, vrij rijk aan carbonaat, maar verder niet erg voedselrijk. De bodem bestaat uit veen of uit klei bedekt met een veenige modderlaag, zelden ook op veenig zand.
Beschrijving Groot blaasjeskruid is een prachtige groene, drijvende plant, die op een zonnige standplaats ook bruinrood kan kleuren. De bladeren zijn in twee rijen gerangschikt, 2-8 cm lang, in omtrek 2-3 (-4) lobbig, elke lob is op zijn beurt 1 tot 2 maal geveerd en in vele draadvormige eindtoppen verdeeld, die aan de rand zacht gestekeld zijn. Deze bladeren zijn met groene of roodachtige, tot 4,5 mm grote blaasjes bezet. Deze zijn wat eivormig. Ze zijn afgesloten met een klepje, dat aan de bovenzijde scharnierend aan het blaasje zit. Bij de opening van het blaasje bevinden zich een paar vooruitstekende draden, die gevoelig zijn voor aanraking. In rust heerst in het blaasje een onderdruk waardoor de blaasjeswanden wat ingedrukt zijn. Als iets de draden raakt, springt het klepje open, de wanden bollen zich en het blaasje zuigt zich vol met water, waarin ook het organisme, dat de draden beroerde. Als dat een prooi is, wordt deze mee naar binnen gezogen. Hierna sluit het klepje zich weer. De gevangen prooi kan niet meer ontsnappen en wordt spoedig door spijsverteringssappen verteerd en door de blaasjeswand opgenomen. Daarna wordt uit het blaasje het water uitgescheiden, waarna het blaasje weer klaar is voor nieuwe vangst. De bloeiwijze staat rechtop boven water en is 15 – 30 cm lang en draagt meestal vier of vijf dooierkleurige bloemen, zelden ( veel ) meer. De bloemen zijn tweelippig en lijken wel wat op de bloemen van Vlasleeuwenbek. De bovenlip is kleiner dan de onderlip. Deze laatste heeft een verdikking, die roodbruin is getekend. Aan de bloem bevindt zich een spoor, die wat naar voren is gekromd. Na bestuiving vormt zich een bolvormige vrucht, die tot 5 mm groot wordt. Bij rijpheid valt eerst het deksel van de vrucht, waarna ook de bolvormige zaaddrager loslaat en in het water valt. Deze is met kleine zaden bedekt, die vervolgens loslaten en dan kiemen.
Gebruik Aquarium: Groot blaasjeskruid is een mooie aquariumplant, die langs de oppervlakte schitterende guirlandes vormt. Dat is dan ook meteen een nadeel van de plant, omdat hij de neiging vertoont de oppervlakte dicht te groeien. Hij zal dus regelmatig moeten worden uitgedund. Het feit, dat blaasjeskruid in zijn blaasjes diertjes vangt, kan een bezwaar zijn in een aquarium waarin wel eens jonge visjes worden geboren. Zijn deze erg klein, kunnen ze een prooi van het blaasjeskruid worden.
Vijver: Groot blaasjeskruid is een fraaie plant voor de vijver, die prachtig kan bloeien (zie de foto’s). Het is echter toch oppassen geblazen met deze plant, omdat in de blaasjes kleine waterdiertjes worden gevangen, zoals heel jonge vislarfjes. Als men in de vijver bijv. Goudelritsen kweekt, is het wellicht raadzaam, deze planten in de voortplantingstijd van de elritsen tijdelijk ergens anders onder te brengen.
Kweek De kweek van Groot blaasjeskruid is erg eenvoudig. Als het water de juiste samenstelling heeft, vermeerdert de plant zich zonder ons toedoen uitbundig door vertakking. Wanneer na de bloei vruchten worden gezet, zullen de zaden, als ze eenmaal in het water zijn gevallen, na enige tijd ontkiemen, wat weer nieuwe planten oplevert. Tegen de winter sterven de planten af, maar dan worden winterknoppen ( turionen ) gevormd, waarmee de plant de winter overleeft. Deze lopen in het voorjaar weer uit. Turionen worden ook gevormd als de groeiplaats uitdroogt. Hiermee overleven de planten dan de droge tijd, tenminste als de bodem vochtig blijft.
Verwante soorten In Nederland komen nog vier andere soorten Blaasjeskruid voor, deze zijn veel zeldzamer dan Groot blaasjeskruid. Een soort, die veel op Groot blaasjeskruid lijkt en ook wel als aquariumplant wordt gehouden, is Utricularia aurea Lour. .Deze komt van nature voor in Azië en Australië, maar is recent ook op Madagaskar gevonden ( verwilderd? ).

Beschrijving : Harry van Bruggen

Literatuur

  • Casper, S.J. & Krausch, H.D., 1981. Süsswasserflora von Mitteleuropa (24), VEB Gustav Fischer Verlag, Jena: 788
  • Meijden, R. van der, 2005. Heukels’ Flora van Nederland, 23ste druk, Wolters-Noordhoff bv, Groningen/Houten: 543
  • Weeda, E.J., Westra, R, Westra, C. & Westra, T., 1983. Nederlandse oecologische flora 1. IVN, VARA en VEWIN, Hilversum en Haarlem: 248-249